Maartje Meerman

artist statement

Ik ben gefascineerd door waarneming versus (schijnbare) werkelijkheid en de vertaling van de werkelijkheid, de neerslag daarvan, die altijd intrinsiek conflictueuze elementen zal bevatten. Door mijn recente fascinatie en bestudering van Bestiaria uit de Middeleeuwen en het stuiten op wetenschappelijke werken uit de Renaissance zoals De Aquatilibus van Gessner (1553), waar het (nog) niet weten ruimte biedt voor verbeelding, beweegt mijn opvatting over over wat men ziet of denkt te zien, mee. De mogelijkheid bestaat dat met wat je niet weet, je de verbeelding als bron kunt inzetten.

Oog in oog met een haas. En wat voor één! Dürer, de Renaissance kunstenaar, was zijn schepper. Die haas hing er altijd al, boven de schoorsteen, maar ik zal ongeveer vijf jaar oud geweest zijn toen ik me heel bewust werd van die haas en er gedachten over vormde. Het schitterende beest, zo gedetailleerd in beeld gebracht door de virtuoze tekenaar, zou zomaar weg kunnen springen. De fijn getekende haartjes, het licht op zijn vacht en snorharen, het intens kijkende oog. Ik keek naar een dier, maar ook weer niet, want ik zag heel goed dat het een tekening was. Degene die deze tekening maakte, vertelde mij iets over wat hij had gezien en de grootsheid daarvan. Toen is denk ik de kiem geplant van mijn kunstenaarschap: het verwonderen over wat je waarneemt en daarover in een verbeelding getuigen, verslag doen.

‘Niets is wat het lijkt’: wat zie je, wat denk je te zien en waar kijk je nu werkelijk naar? Dit is het overkoepelend thema binnen mijn oeuvre. Ik ben gefascineerd door waarneming versus (schijnbare) werkelijkheid en de vertaling van de werkelijkheid, de neerslag daarvan, die altijd intrinsiek conflictueuze elementen zal bevatten.

Vaak werkte ik dit thema concreet uit, zoals binnen het project Made in China. De werken – uitvergrootte plastic speelgoeddieren, zelf al verbeeldingen, met vertekeningen door de productiemethoden – nodigen uit tot opnieuw kijken. Hier gaat het over het zichtbaar maken van wat men weet, het inzoomen op de realiteit. Mijn wetenschappelijke interesse en analytische blik, die mij nog voor mijn opleiding aan de kunstacademie naar de studie medische biologie dirigeerden, hadden lang invloed op mijn werk.

Door mijn recentere fascinatie en bestudering van Bestiaria uit de Middeleeuwen en het stuiten op wetenschappelijke werken uit de Renaissance zoals De Aquatilibus van Gessner (1553), waar het (nog) niet weten ruimte biedt voor verbeelding, beweegt mijn opvatting over over wat men ziet of denkt te zien, mee. De mogelijkheid bestaat dat met wat je niet weet, je de verbeelding als bron kunt inzetten. Mijn recente serie Aquatilibus maakt hiervan al iets zichtbaar. Hierin verbeeld ik (delen van) een wereld die we niet goed kennen. Waar, als we even opzij kijken of met onze ogen knipperen, veranderingen plaatsvinden die we net niet helemaal waarnamen en er zo twijfel kan ontstaan over wat we nu werkelijk zagen. Is dat wat je zag, dat wat er is?

september 2023

----- teksten -----

is dat wat je ziet, dat wat er is?

'Niets is wat het lijkt': wat zie je, wat denk je te zien en waar kijk je nu werkelijk naar? Dit is al drie decennia een thema binnen mijn oeuvre. Ik ben gefascineerd door waarneming versus (schijnbare) werkelijkheid en vertaling van de werkelijkheid, de neerslag door een maker.

In de serie Made in China (als vervolg op de serie Made in Taiwan ontstaan), is dit thema het meest concreet uitgewerkt, met daarbij de gedachte dat juist deze reeks werken nog iets verder gaat, namelijk het zichtbaar maken van een beeld van een beeld. In deze serie 2-dimensionale werken zijn ouderwetse plastic speelgoeddieren – boerderij- of dierentuindieren van slechts enkele centimeters groot – het tastbare onderwerp. De diertjes zijn in eerste oorzaak verbeelding van dieren met soms de maximale elementen te overschrijden binnen de beperkingen van het formaat; het in mallen gieten - waarvoor elk dier eerst met de hand gevormd moest worden, voordat er mallen gemaakt konden worden - als gedateerde productiemethode levert artefacten zoals gietnaden en ruw aanhangsels. In de plastic beesten wordt iets besloten, waar ik me al zolang ik me kan herinneren (dus toen ik zelf met de beesten speelde) bewust van ben. De lieve diertjes blijken namelijk bij nadere uitwerking helemaal niet zo lief: de dieren vertonen door productie ontstane vervormingen en verminkingen, waarbij ze onbedoeld soms sullige, vaak echter grimmige of demonische trekken geeft. De lieve diertjes verwoorden zo tot monsters, ook ze zijn zo weggelopen uit de afgeleide hel van Jeronimus Bosch. Als je als soort bewust bent, is het geen prettje om met deze beestenboel te spelen, of misschien toch juist wel? De speelgoedbeesten tonen mij de schoonheid van de imperfectie; de rauwe beelden zijn van een verrassende schoonheid, door toevalligheden gestold in dit met een te grove kwast letterlijk 'beoogd' dier. Het wonderlijke van deze dieren is dat het herhaaldelijk is tot het creëren van een dier, maar dat tijdens dit proces zoveel kantelingen waren, dat je je kunt afvragen of dit nog wel vergelijkbaar is met het oorspronkelijk winstgevende dier. En juist dit schepsel wordt door mij afgebeeld. Je kijkt dus als toeschouwer naar een afbeelding van een afbeelding van een afbeelding van een dier… en deze vertaling brengt daarmee een inconsistente nieuwe realiteit met zich mee.

Deze werken, die ik al sinds midden jaren 90 maak en die zich ontwikkelen tot in het heden, tonen mijn fascinatie voor Het Verbeelde Dier. Het beest als fictief beeld met een (stevige) basis in de morfologische realiteit.

Voor mij opende zich vrij recentelijk met de ontdekking – tijdens een tentoonstelling van werken van Albrecht Dürer – van De Aquatilibus een nieuwe wereld van wetenschappelijk werk uit de Renaissance, waarbij, door het '(nog) niet-weten', ruimte bestaat voor verbeelding. Het sloot naadloos aan bij mijn werk en trok tot een volgende stap in mijn oeuvre: ontstaan ​​​​mijn werk vooral vanuit de waarneming en de verwondering over die waarneming, nu is deze vermoedelijke conclusie de gedachte en fascinatie dat de mogelijkheid er is dat met wat je weet niet, je de verbeelding als bron kunt gebruiken. Mijn recente serie Aquatilibus maakt al iets zichtbaar.

Aquatilibus

Plotseling stuit ik op een verknoping. Draden uit verschillende domeinen komen samen, toeval?

Najaar 2021 bezocht ik in Aken de tentoonstelling “Dürer was hier”. In mijn vroege jeugd – ik zal 4 of 5 jaar geweest zijn – keek ik, terwijl ik boekjes las op de grond, langs de oude plattebuiskachel, naar de schoorsteen daarboven. In het mooie licht hing daar een reproductie van Albrecht Dürer’s Haas. Ik kon er uren naar kijken, bestudeerde de pracht van het beest, het levensechte, de fijn getekende haartjes, het licht op zijn vacht en snorharen. Het intens kijkende oog. De ontmoetingen met het rustende dier brachten mijzelf een diep gevoel van kalmte en geruststelling. Toch bedacht ik me, dat het zomaar zou kunnen dat het dier, als ik even niet keek, plots in een machtige sprong van het papier zou springen: het oog verraadde een alertheid die ik herkende. Ik keek naar een haas, zo levensecht, maar tegelijkertijd ‘slechts’ een aantal virtuoze lijnen op papier. Hier ontstond voor mij het kijken en opnieuw kijken, het denken over dier en beeld van dier, waarneming en neerslag daarvan. Werkelijkheid versus verbeelding. Magie!

‘Niets is wat het lijkt’: wat zie je, wat denk je te zien en waar kijk je nu werkelijk naar? Dit is al drie decennia een thema binnen mijn oeuvre. Ik ben gefascineerd door waarneming versus (schijnbare) werkelijkheid en vertaling van de werkelijkheid, de neerslag daarvan door een maker. In de werken die in de serie Made in China (en nog eerder in de serie Made in Taiwan) (zijn) ontstaan, is dit thema het meest concreet uitgewerkt, met daarbij de gedachte dat juist deze reeks werken nog iets verder gaat, namelijk het zichtbaar maken van een beeld van een beeld. In de serie Made in China zijn plastic speelgoeddieren – boerderij- of dierentuindieren van slechts enkele centimeters groot – het tastbare onderwerp. Ik zoom daarbij letterlijk in op de dieren uit mijn jeugd, tegenwoordig zijn de dieren door ontwikkelingen in de productie namelijk veel realistischer uitgewerkt en dat zijn niet de beelden die me treffen. De diertjes van toen zijn in eerste instantie verbeeldingen van dieren met pogingen de karakteristieke elementen te benadrukken binnen de beperkingen van het formaat; het in mallen gieten - waarvoor elk dier eerst met de hand gevormd moet worden, voordat er mallen gemaakt kunnen worden - als productiemethode levert artefacten zoals gietnaden en ruwe aanhangsels. In die ouderwetse plastic beesten is iets besloten, waar ik me al zolang ik me kan herinneren (dus toen ik zelf met de beesten speelde) bewust van ben. De lieve diertjes blijken bij nadere beschouwing helemaal niet zo lief: de dieren vertonen door productie ontstane vervormingen en verminkingen, hetgeen ze onbedoeld soms sullige, vaker echter grimmige of demonische trekken geeft. De lieve diertjes verworden zo tot monsters, alsof ze zo zijn weggelopen uit de middeleeuwse hel van Jeronimus Bosch. Als je je als kind hiervan bewust bent, is het geen pretje om met deze beestenboel te spelen, of misschien toch juist wel?

De speelgoedbeesten toonden mij de schoonheid van de imperfectie; de rauwe beelden zijn van een indrukwekkend ontroerende schoonheid, door toevalligheden gestold in dit met een te grove kwast letterlijk ‘beoogd’ dier.

Het wonderlijke van deze dieren is dat het pogingen zijn tot creëren van een dier, maar dat tijdens dit proces zoveel kantelingen waren, dat je je kunt afvragen of dit nog wel overeenkomsten vertoont met het oorspronkelijk bedoelde dier. En juist dit schepsel wordt door mij afgebeeld. Je kijkt dus als toeschouwer naar een afbeelding van een afbeelding van een afbeelding van een dier… en deze vertaling brengt daarmee een verontrustende nieuwe realiteit.

In het voorjaar en de zomer van 2021 heb ik in opdracht een management prentenboek geïllustreerd: ‘Hoe Ram zijn antwoord vond’. Aan de hand van de reis van Ram, wordt er in dit boek zicht gegeven op het omgaan met complexe vraagstukken. In figuratieve, heldere en betekenisvolle verbeeldingen van de dieren, met reflecties van menselijke karakters, waardoor deze dieren meer dan alleen het zichtbare verhaal vertellen. De dieren zijn in staat de kijker te bewegen, te ontroeren, nodigen uit tot reflecteren en anders kijken. Deze opdracht sloot wonderlijk aan op mijn wens om naast mijn autonome werk mijn illustratiewerk ruimte te geven. Aan dit werk gaat veel beeldonderzoek vooraf en het resulteert in zeer zorgvuldig en geconcentreerde uitgewerkte tekeningen. Tijdens het uitwerken van de spreads voor het boek, ontstonden diverse gedachten over het maken van eigen publicaties, gebaseerd op overgeleverde dierverhalen.

En toen, in het Suermondt-Ludwig-Museum in Aken, was daar de wonderschone wereld van Renaissancekunstenaar Albrecht Dürer. Ik kende natuurlijk al veel van zijn werk, maar nu kon ik elke lijn van dichtbij in mij opnemen. Zijn tekeningen en etsen ontroerden me enorm. Zijn virtuositeit is overweldigend en tegelijkertijd was elke tekening zo eerlijk en oprecht, zonder opsmuk of pretentie. Gewoon tekeningen, registraties, verbeeldingen. Het plezier dat voelbaar in zijn tekeningen aanwezig was, wakkerde bij mij direct tekenhonger aan. Na virtuoze edelman-portretten stond ik ineens oog in oog – en wat voor een oog! – met zijn tekening van een walruskop (Kopf eines Walrosses, 1521). Dit wonderbaarlijke, intense beest zag ik eerder op afbeeldingen, maar deze ontmoeting raakte direct aan de kern van mijn fascinatie voor Het Verbeelde Dier. In die tijd was een walrus exotisch, kwam niet in deze delen van Europa voor. Het is hoogstwaarschijnlijk getekend naar Dürers herinnering aan een muurschildering die hij ooit zag in het stadhuis in Straatsburg, waarop een geschonken walrus was afgebeeld. Toen ik stil van bewondering in de vitrine ernaast keek, met een opengeslagen boek met een op Dürers Walruskop geïnspireerde illustratie, werd ik alleen maar stiller: hier lag De Aquatilibus, onderdeel van Historiae animalum liber uit 1558 van Conrad Gessner, een van de standaardwerken van de Renaissance over het leven in de zee.

In deze Aquatilibus staan wetenschappelijke beschrijvingen en illustraties van zeedieren zoals vissen en zeezoogdieren. De illustraties zijn grotendeels naar de waarneming getekend, vanzelfsprekend in het licht van de wetenschappelijke kennis over morfologie en anatomie van die tijd. Daarnaast volgen de illustraties vaak nog aannames over en beschrijvingen van dieren zoals deze in andere bestaande bronnen aanwezig zijn, zoals Middeleeuwse bestiaria. Hierin worden realistische dieren afgewisseld met een flinke hoeveelheid mythische wezens. Waarneming versus ((nog) niet) weten, waarin anatomisch onderzoek zich vermengt met waarnemingen van toevalligerwijs aangetroffen artefacten of (delen van) andere dieren. De tekeningen zijn daardoor vaak wonderlijke verbeeldingen, vermengd met feitelijke registraties, aangevuld met artefacten die aanwezig zijn bij aantreffen van bijvoorbeeld een aangespoeld dier op het strand. Het dier toont zich logischerwijs anders na enkele dagen door bijvoorbeeld rottingsprocessen aangetast te zijn, dan hoe het dier zich ooit, in leven, zwemmend voortbewoog. Het blijken vertalingen van de realiteit. Dit idee sluit helemaal aan bij mijn thema “Niets is wat het lijkt”. Mijn werken in de serie Made in China lijken voor wat betreft ‘de vertalingen’ verwant aan de vroege wetenschappelijke illustraties in deze Aquatilibus. Het beest als fictief beeld met een (stevige) basis in de morfologische realiteit. Voor mij opende zich met de Aquatilibus een nieuwe wereld van wetenschappelijk werk uit de Renaissance, waarbij, door het ‘(nog) niet-weten’, ruimte bestaat voor verbeelding. Ik was daarmee klaar voor een volgende stap in mijn eigen oeuvre: ontstond mijn werk ooit vanuit de waarneming en de verwondering over die waarneming, nu is deze onderbouwd vanuit de gedachte en fascinatie dat de mogelijkheid er is dat met wat je niet weet, je de verbeelding als bron kunt inzetten. Mijn recente serie Aquatilibus maakt hiervan al iets zichtbaar.

maart 2022

Made in China - Beer

Het virus is als zand tussen de raderen van de maatschappij. Oftewel: hoe een ogenschijnlijk nietig deeltje ons in de greep houdt, de mens de grootsheid van het onzichtbare toont en een vernietigende en ontwrichtende uitwerking heeft op onze samenleving, die wij dachten goed georganiseerd en controleerbaar te hebben.

De tijd is aangebroken dat de mens zijn werkelijke positie in de wereld/het universum erkent. Nederig wordt ten overstaan van de natuur. Wij zijn niet het middelpunt. Dat dénken we, vanuit onze grootheidswaan. We zijn slechts onderdeel. Sterker nog: we worden buiten onze wil om gebruikt als vehikel voor verspreiding. Interessante gedachte toch?

'Niets is wat het lijkt' is een van mijn thema's in mijn werk en leven. Ik geef vorm aan die gedachte door onder andere de serie Made in China: geschilderde portretten van plastic speelgoed (boerderij)beesten. Ogenschijnlijk onschuldige, vriendelijke speelgoedbeesten, blijken als je ze goed bekijkt door hun imperfectie grimmig en zelfs onrustbarend in hun wezenlijke uitstraling. In deze serie is 'in Coronatijd' Bear ontstaan.

Een plots opdoemend, letterlijk in de weg staand, onbereidwillig beest als metafoor. Verontrustend en beangstigend.

Maartje Meerman

oktober 2020

gedichten in beeld

Fluisteringen
typemachine-inkt op papier
2012
Rafelranden
typemachine-inkt op papier
2016
Verloren
typemachine-inkt op papier
1992
Onweerstaanbaar
typemachine-inkt op papier
2010